
Stap voor stap, op jouw tempo. Klaar om het spel te leren?
het slagveld
Wat moeten we weten over het slagveld?
Schaken speel je op een schaakbord.
Het bord is een vierkant.
De veldjes zijn om de beurt licht en donker gekleurd.
Er zijn 8 horizontale rijen met veldjes.
Er zijn 8 verticale lijnen met veldjes.
8 ร 8 = 64, dus 32 lichte veldjes en 32 donkere veldjes.
Een belangrijke regel:
โ Rechtsonder altijd een WIT veldje!
Speel je met wit?
Je zit aan de kant van rij 1.
Speel je met zwart?
Je zit aan de kant van rij 8.
Tik op 3 LICHTE veldjes! โ๏ธ
De lijnen
De lijnen voor het witte leger:
Starten links met de letter a.
Eindigen rechts met de letter h.
๐ Tik op een letter onderaan het bord!
De rijen
De rijen voor het witte leger:
Starten onderaan met cijfer 1.
Eindigen bovenaan met cijfer 8.
๐ Tik op een cijfer links van het bord!
Samen vormen ze een adres!
De lijn is de straat.
De rij is het huisnummer.
Samen krijgt elk veldje een adres!
De straat is a en het nummer is 8?
Dan is het adres van dat veldje: a8.
Voortaan noemen we dit veldje a8!
Het veldje linksonder? Dat is a1.
Het veldje rechtsboven? Dat is h8.
Zoek veldje e4!
Stap 1: Tik op de juiste letter onderaan (straatnaam)
Tik op veldje g5!
Welke kleur heeft veldje d5?
Het schaakbord heeft een middelpunt.
Rond dat middelpunt liggen vier veldjes.
Die vier veldjes noemen we het centrum.
๐ Tik op een naam hieronder om het veldje te zien!
We onthouden:
โ Het bord heeft 64 veldjes (32 witte + 32 zwarte)
โ Rechtsonder is altijd een wit veldje
โ Wit zit aan de kant van rij 1
โ Zwart zit aan de kant van rij 8
โ Lijnen krijgen een letter (a tot h)
โ Rijen krijgen een cijfer (1 tot 8)
โ Elk veldje heeft een eigen adres (bv. e4)
โ Het centrum = de 4 belangrijkste veldjes: d4, e4, d5, e5
Op naar les 2! ๐
het leger
Wat moeten we weten over het leger?
Bij schaken spelen twee legers tegen elkaar.
Een wit leger en een zwart leger.
Beide legers zijn even sterk.
Ze hebben dezelfde stukken en evenveel stukken.
Elk leger bestaat uit 8 kleine pionnen en 8 stukken:
een Koning en Dame, twee Torens, twee Lopers en twee Paarden.
We noemen de kleuren wit en zwart.
De witte stukken kunnen ook beige of geel zijn.
De zwarte stukken kunnen ook donkerbruin, rood of groen zijn.
Waarom?
Omdat zwarte stukken op een zwart veldje moeilijk te zien zijn!
En witte stukken op een wit veldje ook moeilijk te zien zijn!
Waaraan herken je de Koning?
De Koning heeft een kruisje bovenop zijn hoofd.
Hij is het belangrijkste stuk op het bord.
Elk leger heeft 1 Koning.
Waar staat de Koning?
De witte Koning staat op e1.
De zwarte Koning staat op e8.
Zet de Koning op het juiste veldje!
โ โ
Waaraan herken je de Dame?
De Dame heeft een kroontje bovenop haar hoofd.
Ze is het sterkste stuk op het bord.
Elk leger heeft 1 Dame.
We zeggen Dame, niet koningin.
Waarom? De Koning schrijf je als K.
Koningin zou ook K zijn!
Daarom zeggen we Dame = D.
Waar staat de Dame?
De witte Dame staat op d1.
De zwarte Dame staat op d8.
Zet de Dame op het juiste veldje!
โ โ
Waaraan herken je de Toren?
De Toren lijkt op een kasteeltoren met kantelen bovenaan.
Elk leger heeft 2 Torens.
Waar staan de Torens?
De witte Torens staan op a1 en h1.
De zwarte Torens staan op a8 en h8.
Ze staan in de hoeken van het bord.
Zet de Torens op de juiste veldjes!
โ โ
Waaraan herken je de Loper?
De Loper heeft een puntig mutsje bovenaan.
Elk leger heeft 2 Lopers.
Waar staan de Lopers?
Bij aanvang staat er aan elke kant van het koningspaar een Loper.
Telkens eentje op een zwart veldje en eentje op een wit veldje.
Zet de Lopers op de juiste veldjes!
โ โ
Waaraan herken je het Paard?
Het Paard heeft een paardenhoofd.
Het is het makkelijkst te herkennen van alle stukken!
Elk leger heeft 2 Paarden.
Waar staan de Paarden?
De witte Paarden staan op b1 en g1.
De zwarte Paarden staan op b8 en g8.
Ze staan naast de Torens.
Zet de Paarden op de juiste veldjes!
โ โ
Waaraan herken je de pion?
De pion is het kleinste stuk op het bord.
Hij heeft een ronde bol bovenaan.
Elk leger heeft 8 pionnen.
De pion schrijven we met een kleine letter.
Waar staan de pionnen?
De witte pionnen staan op rij 2.
De zwarte pionnen staan op rij 7.
Ze staan vรณรณr de grote stukken.
De pionnen zijn de soldaatjes. Ze beschermen de waardevolle stukken.
Zo ziet het bord eruit als alles klaarstaat:
Het witte leger staat op rij 1 en 2.
Het zwarte leger staat op rij 7 en 8.
De stukken staan op de eerste rij.
De pionnen staan ervoor, op de tweede rij.
Zet ALLE 16 stukken van je kleur op het bord!
Je kent nu het leger! Je weet:
โ Twee legers: wit en zwart, even sterk
โ Elk leger heeft 16 stukken
โ Koning: kruisje, staat op e1/e8
โ Dame: kroontje, staat op d1/d8
โ Toren: kantelen, staat in de hoeken
โ Loper: puntig mutsje, naast Koning en Dame
โ Paard: paardenhoofd, naast de Torens
โ pion: ronde bol, staat op de tweede rij
โ We zeggen Dame, niet koningin
In de volgende lessen leer je hoe elk stuk beweegt!
recht en sterk
Hoe loopt de Toren over het schaakbord?
De Toren loopt vooruit en achteruit op de lijnen.
De Toren loopt naar links en rechts over de rijen.
Hij loopt steeds in een rechte lijn tot er iets in de weg staat.
Hij kan niet over een hindernis springen.
De Toren bewaakt alle veldjes waar hij naartoe kan.
De Toren bewaakt altijd 14 veldjes, waar hij ook staat!
In het centrum bewaakt de Toren 14 veldjes
Aan de zijkant bewaakt de Toren 14 veldjes
In de hoek bewaakt de Toren 14 veldjes
๐ก De Toren bewaakt altijd 14 veldjes!
Dat maakt niet uit waar hij staat.
Vang zoveel beertjes als je kan!
๐งธ Een beertje is 1 punt waard
๐ฐ Een Toren is 5 punten waard
โ Geen Toren meer? Verloren.
Je kent nu de Toren! Je weet:
โ Vooruit, achteruit, naar links en naar rechts
โ De Toren gaat in rechte lijnen
โ De Toren bewaakt altijd 14 veldjes
Klaar voor de Loper? โ
altijd schuin
Hoe loopt de Loper over het schaakbord?
De Loper loopt altijd schuin.
Schuin links vooruit, schuin rechts vooruit.
Schuin links achteruit, schuin rechts achteruit.
Hij kan lopen tot er iets in de weg staat.
Hij kan niet over een hindernis springen.
De Loper bewaakt alle veldjes waar hij naartoe kan.
Maar let op: de Loper blijft altijd op dezelfde kleur!
Deze Loper staat op een zwart veldje.
Hij kan alleen over zwarte veldjes lopen. Altijd!
Deze Loper staat op een wit veldje.
Hij kan alleen over witte veldjes lopen. Altijd!
In het centrum bewaakt de Loper 13 veldjes
Aan de zijkant bewaakt de Loper 7 veldjes
In de hoek bewaakt de Loper 7 veldjes
๐ก Het centrum is de beste plek voor de Loper!
In het centrum bewaakt hij bijna dubbel zoveel veldjes!
๐ก Elk team heeft twee Lopers:
๐ซ Eentje op de zwarte veldjes
โฌ Eentje op de witte veldjes
Samen bewaken ze het hele bord!
Vang zoveel beertjes als je kan!
๐งธ Een beertje is 1 punt waard
โช Een Loper is 3 punten waard
โ Geen Loper meer? Verloren.
Je kent nu de Loper! Je weet:
โ De Loper gaat altijd schuin
โ Er is een Loper voor de zwarte veldjes en een Loper voor de witte veldjes
โ In het centrum bewaakt hij het meest
Klaar voor de Dame? โ
het sterkste stuk
Hoe loopt de Dame over het schaakbord?
De Dame is het sterkste stuk op het bord!
Zij kan alles wat de Toren kan.
En ze kan alles wat de Loper kan.
De Dame loopt recht: vooruit, achteruit, links en rechts.
De Dame loopt ook schuin: schuin links vooruit, schuin rechts vooruit, schuin links achteruit, schuin rechts achteruit.
Staat er iets in de weg? Dan kan ze daar niet over springen.
In het midden bewaakt ze 27 veldjes. Dat zijn er heel wat!
De Dame bewaakt alle veldjes waar ze naartoe kan.
Omdat ze zo sterk is, bewaakt ze veel meer veldjes dan andere stukken!
Hoeveel veldjes dat zijn, hangt af van waar ze staat.
In het centrum bewaakt de Dame 27 veldjes
Aan de zijkant bewaakt de Dame 21 veldjes
In de hoek bewaakt de Dame 21 veldjes
๐ก Vanuit het centrum bewaakt de Dame de meeste veldjes.
Speel het Damespel! Vang gummibeertjes met je Dame en versla de computer!
๐งธ Elk gummibeertje = 1 punt
โ Dame geslagen? Spel gedaan!
๐ Wie heeft de meeste gummibeertjes?
Je kent nu de Dame! Je weet:
โ De Dame is het sterkste stuk
โ Ze gaat recht รฉn schuin โ in alle richtingen
โ Ze bewaakt tegelijk alle veldjes van de Toren en de Loper
Klaar voor de Koning? โ
het belangrijkste stuk
Hoe loopt de Koning over het schaakbord?
De Koning is het belangrijkste stuk op het bord!
Als je de Koning van de vijand verslaat, ben je gewonnen.
De Koning bewaakt alleen zijn buurveldjes.
Hij doet maar 1 stapje per keer!
De Koning bewaakt alle veldjes waar hij naartoe kan.
Maar omdat hij maar 1 veldje kan, zijn dat er niet veel!
Hoeveel veldjes dat zijn, hangt af van waar hij staat.
In het centrum bewaakt de Koning 8 veldjes
Aan de zijkant bewaakt de Koning 5 veldjes
In de hoek bewaakt de Koning 3 veldjes
De Koningen kunnen nooit naast elkaar staan!
Er moet altijd minstens รฉรฉn veldje tussen hen zijn.
Want een Koning mag niet op een veldje gaan dat de andere Koning bewaakt.
Speel het Koningsspel! Vang gummibeertjes met je Koning en versla de computer!
๐งธ Elk gummibeertje = 1 punt
๐ซ De Koningen mogen NIET naast elkaar staan!
๐ Wie de meeste gummibeertjes heeft, wint!
Je kent nu de Koning! Je weet:
โ De Koning is het belangrijkste stuk
โ Hij gaat in alle 8 richtingen
โ Maar slechts 1 veldje per keer
โ In het centrum bewaakt hij 8 veldjes
โ In de hoek slechts 3 veldjes
๐ Je kent nu Toren, Loper, Dame รฉn Koning!
spring over de beek!
Hoe springt het Paard over het schaakbord?
Het Paard staat op zijn veldje.
Rondom dat veldje is een beek met water.
Paarden hebben niet graag natte poten!
Ze springen daarom over de beek.
Een Paard springt altijd van een wit veldje naar een zwart veldje.
En van een zwart veldje naar een wit veldje.
๐ stal ๐ง beek โ landing
Kijk goed naar de veldjes waar het Paard kan landen.
Ze vormen een wiel rond het Paard!
En ze zijn allemaal een andere kleur dan waar het Paard staat.
Het veldje waarop het Paard staat wisselt altijd van kleur!
Wit โ zwart โ wit โ zwart...
๐ง beek (tussenin) โ landing (andere kleur!)
Je kan de sprong van het Paard ook zo onthouden:
2 stapjes vooruit, dan 1 stapje opzij.
Of: 1 stapje vooruit, dan 2 stapjes opzij.
Dat maakt de vorm van een L!
๐ก Het Paard landt altijd op een andere kleur!
Van zwart โ wit. Van wit โ zwart.
Het Paard bewaakt alle veldjes waar het naartoe kan springen.
Hoeveel veldjes dat zijn, hangt af van waar het staat.
8 veldjes
4 veldjes
2 veldjes
In het centrum bewaakt het Paard 8 veldjes
Aan de zijkant bewaakt het maar 4 veldjes
In de hoek bewaakt het maar 2 veldjes!
๐ก Hoe meer naar de rand, hoe minder veldjes het Paard bewaakt.
Daarom staat het Paard het liefst in het centrum!
Tik op alle veldjes waar het Paard naartoe kan springen!
๐ง blauwe veldjes = beek โ spring erover!
Je kent nu het Paard! Je weet:
โ Het Paard springt over de beek!
โ Het veldje waarop het Paard staat wisselt altijd van kleur
โ In het centrum: 8 veldjes, in de hoek: maar 2
โ Het Paard is het enige stuk dat kan springen!
๐ Je kent nu alle stukken! โโโโโโ
Hoe loopt de pion over het schaakbord?
vooruit gaan, schuin slaan
vooruit stappen, schuin pakken
De pion stapt altijd 1 veldje per beurt vooruit.
Maar let op...
Van op de beginrij mag hij รฉรฉn keer een dubbele stap doen.
Elke pion op rij 2 mag dus kiezen: 1 of 2 veldjes vooruit.
Elke pion op rij 7 mag dus kiezen: 1 of 2 veldjes vooruit.
Kies slim, want elke pion kan dat maar 1 keer doen!
Daarna is het veldje per veldje vooruit...
De pion kan NOOIT weer ACHTERUIT gaan. ALTIJD VOORUIT!
Als hij aan de andere kant van het bord aankomt, mag hij worden wat hij wil:
Loper, Paard, Toren of zelfs de allersterkste Dame!
Een pion aan de overkant kan geen Koning worden.
En hij mag ook geen pion blijven.
Tik op de groene veldjes om de pion vooruit te laten stappen. Aan de overkant kies je een stuk!
De pion pakt schuin.
Hij kan schuin links vooruit pakken (slaan).
Hij kan schuin rechts vooruit pakken (slaan).
Een pion kan NOOIT ACHTERUIT iets PAKKEN.
Hij kan alleen schuin VOORUIT PAKKEN.
De pion kan alleen schuin vooruit pakken. Tik op het beertje dat de pion kan pakken!
๐งธ Gepakt: 0
๐งธ Gepakt: 0
Staat er een stuk recht voor de pion?
Dan kan de pion niet vooruit!
Het maakt niet uit of het een eigen stuk of een stuk van de tegenstander is.
De pion kan een stuk recht voor hem niet slaan.
Want de pion slaat alleen schuin!
Het maakt niet uit welk stuk ervoor staat!
De pion zit vast:
De pion zit niet vast:
De pion kan niet vooruit (โ stuk ervoor).
Maar er staat een stuk schuin vooruit โ dat kan hij wรฉl pakken! โ
โ = kan hier niet naartoe
โ = kan hier wรฉl naartoe (slaan!)
Vooruit geblokkeerd? Kijk schuin!
Niks schuin? Dan zit de pion helemaal vast.
๐ฅ๐ถ
De pion is een bokser die op een wandeling is!
๐ถ Hij wandelt altijd rechtdoor. Nooit schuin!
๐ฅ Maar hij bokst alleen opzij! Nooit recht vooruit!
Slagzin 1: Vooruit gaan, schuin slaan!
Slagzin 2: Vooruit stappen, schuin pakken!
Stappen:
โข 1 veldje vooruit per beurt
โข Van startrij: optie voor 2 veldjes (eenmalig)
โข NOOIT achteruit!
Slaan:
โข Alleen schuin vooruit
โข 1 veldje diagonaal naar links of rechts
โข Kan niet recht vooruit slaan
Promotie:
โข Aan de overkant wordt de pion een ander stuk
โข Kies: Dame, Toren, Loper of Paard
โข Kan geen Koning worden, mag geen pion blijven
Speel het Pionnenspel! Wie krijgt als eerste een pion aan de overkant?
โฌ๏ธ De pion gaat vooruit โ nooit achteruit!
โ๏ธ De pion slaat schuin: 1 veldje schuin naar voren
๐ Eerste pion aan de overkant wint!
Je kent nu de pion! Je weet:
โ De pion gaat altijd vooruit, nooit achteruit
โ 1 veldje vooruit per beurt (of 2 vanaf de startrij)
โ De pion slaat schuin: 1 veldje schuin naar voren
โ Aan de overkant wordt hij een ander stuk (promotie)
โ Slagzin: vooruit gaan, schuin slaan!
Klaar voor het Paard? โ
Ken jij het bord en alle stukken?
Test wat je geleerd hebt!
Welk stuk is dit?
5 van 6 in รฉรฉn keer goed!
Goed gedaan! Nu dezelfde stukken, maar dan wit รฉn zwart naast elkaar.
Welk stuk is dit?
Lees de beschrijving en kies het juiste stuk.
"Ik ga altijd rechtdoor. Ik kan niet schuin."
Op welk veldje staat de Toren?
Zet de Toren op e4!
Zet nu het hele leger op zijn plaats om de strijd aan te vangen!
Tik op een stuk hieronder en dan op het juiste veldje.
Je totale score: 26 van 28 punten!
Je kent alle stukken en het schaakbord!
Je bent klaar voor de volgende stap!
Hoe bewegen de stukken?
Speel drie spelletjes om te testen of je weet hoe de stukken bewegen!
In de vorige lessen pakten we de beertjes. Nu vallen we echte schaakstukken aan!
In de vorige lessen pakten we beertjes en muntjes.
Nu vallen we echte schaakstukken aan!
Op elk bord staat een stuk in het midden.
Jij krijgt aanvallende stukken ernaast.
Tik op een stuk om het te kiezen, en tik dan op het bord om het te plaatsen!
๐ก Denk goed na: hoe beweegt elk stuk?
Plaats elk stuk op een veldje waar het de Toren kan aanvallen!
Plaats elk stuk op een veldje waar het de Loper kan aanvallen!
Plaats elk stuk op een veldje waar het het Paard kan aanvallen!
Plaats elk stuk op een veldje waar het de Dame kan aanvallen!
Plaats elk stuk op een veldje waar het de Koning kan aanvallen!
Plaats elk stuk op een veldje waar het de pion kan aanvallen!
Je kan nu stukken aanvallen! Je weet:
โ Hoe je een Toren, Loper, Paard, Dame, Koning en pion aanvalt
โ Elk stuk valt aan volgens zijn eigen bewegingsregels
Op naar les 10! โ๏ธ
Klik op de stukken die aangevallen worden!
In de vorige les leerde je stukken aanvallen.
Nu ga je het omgekeerde doen!
Op elk bord staan er stukken.
Klik op het stuk (of de stukken) die aangevallen word(t)(en)!
Tik op het stuk dat in gevaar is.
Let op het bolletje naast het bord:
โซ = zwart valt aan โ klik op de witte stukken die aangevallen worden
โช = wit valt aan โ klik op de zwarte stukken die aangevallen worden
Als je stuk wordt aangevallen, breng het in veiligheid!
Als een van je stukken wordt aangevallen, kan je het vaak nog redden!
De eerste manier: veilig weggaan!
Verplaats het aangevallen stuk naar een veldje dat veilig is.
Let op: het nieuwe veldje mag niet opnieuw aangevallen worden!
โซ/โช bolletje toont wie aan zet is (= wiens stuk moet vluchten).
Sla de aanvaller! Maar let op de waarde van je stukken!
Als je stuk wordt aangevallen, kan je soms de aanvaller slaan!
Maar pas op: geef niet een waardevol stuk weg voor een zwak stuk.
Stukwaarde:
โ pion = 1 punt
โ Paard = 3 punten
โ Loper = 3 punten
โ Toren = 5 punten
โ Dame = 9 punten
โ Koning = onbetaalbaar!
Regel: Sla de aanvaller alleen als je er niet meer voor verliest dan je wint!
๐ด Het stuk met de rode rand wordt aangevallen.
๐ Het stuk met de oranje rand is de aanvaller.
Klik op jouw stuk dat de aanvaller kan slaan, en klik dan op de aanvaller!
Bescherm je stuk met een verdediger!
Als een van je stukken wordt aangevallen, hoef je niet altijd weg te gaan of de aanvaller te slaan!
Je kan ook een ander stuk ernaartoe zetten om te dekken.
Dekken betekent: als de aanvaller toch slaat, kan jij terugslaan!
Dan verliest de aanvaller zijn stuk, en jij hebt je stuk verdedigd.
๐ด Het stuk met de rode rand wordt aangevallen.
๐ Het stuk met de oranje rand is de aanvaller.
Klik op jouw stuk dat kan dekken, en klik dan waar je het wil zetten!
๐ก Tip: Dek met een stuk dat minder of evenveel waard is als de aanvaller!
Blokkeer de aanvalslijn!
Soms wordt je stuk aangevallen door een Toren, Loper of Dame.
Deze stukken schuiven over het bord โ ze kunnen geblokkeerd worden!
Je kan een stuk ertussen zetten om de aanvalslijn te blokkeren.
Dan kan de aanvaller je stuk niet meer bereiken!
๐ด Het stuk met de rode rand wordt aangevallen.
๐ Het stuk met de oranje rand is de aanvaller.
Klik op jouw stuk dat je wil tussenplaatsen, en klik dan op een veldje tussen de aanvaller en het bedreigde stuk!
๐ก Let op: Dit werkt alleen tegen Toren, Loper en Dame โ niet tegen Paard of pion!